Vrimibolide: Ford Sierra RS Cosworth

Vrijdag, tijd voor de vrimibo. Bitterballen erbij, blokjes kaas, drankje in de hand en praten met collega’s over auto’s. Zo ga je nog lekkerder het weekend in. Om jullie daarbij te helpen presenteren we elke vrijdagmiddag de VriMiBolide, de auto die de tongen los moet maken tijdens de vrijdagmiddagborrel. Deze week: de Ford Sierra RS Cosworth!


Er zijn van die auto’s die spontaan op applaus van liefhebbers kunnen rekenen en dat geldt zeker voor de Cosworth-versies van Ford-modellen. De Sierra RS Cosworth uit 1986 en 1987 is er daar een van. Uit duizenden herkenbaar dankzij z’n ernorme achterspoiler en een witte, zwarte of blauwe jas. Dat waren in de beginjaren namelijk de enige leverbare lakkleuren. Die achterspoiler zat er niet slechts voor de show maar droeg in hoge mate bij aan de rechtuitstabiliteit bij hoge snelheden.

De aandrijving van de in 1985 in Genève gepresenteerde Cosworth werd verzorgd door een 16-kleps tweeliter viercilinder met turbo en bovenliggende nokkenassen, die z’n 204 pk via een vijfbak van Borg-Warner op de achterwielen losliet. Die combinatie was goed voor een 0-100-tijd van 6,8 seconden en een topsnelheid van 240 km/h. Omdat de Cosworth-versie van de Sierra was ontstaan vanuit een autosport-oogpunt, kreeg de ‘gewone’ Cosworth in 1987 versteking van de RS500. Deze in een oplage van 500 exemplaren gebouwde topversie diende als homologatieversie voor de raceauto (zie de video) en was er alleen met het stuur aan de rechterkant.

In 1986 en 1987 was de Cosworth leverbaar als driedeurs hatchback, van ’88 tot ’92 werd die koets vervangen door een sedanversie. Vanaf 1990 was er ook een 4×4-versie van de Cosworth leverbaar, waarvan er 26 werden voorzien van een driedeurs hatchback-koetswerk: de XR4x4. De Sapphire-versie van de tweede generatie Sierra Cosworth werd gebouwd in het Belgische Genk, de fabriek die deze week helaas z’n poorten moest sluiten.

 

In de video zie je Tiff Needell arriveren per Sierra RS Cosworth, om vervolgens via de RS500 over de stappen in de raceversie van deze auto, de RS500 Group A.

 

Bron: autoweek