VriMiBolide: Ford Focus RS

Vrijdag, tijd voor de vrimibo. Bitterballen erbij, blokjes kaas, drankje in de hand en praten met collega’s over auto’s. Zo ga je nog lekkerder het weekend in. Om jullie daarbij te helpen presenteren we elke vrijdagmiddag de VriMiBolide, de auto die de tongen los moet maken tijdens de vrijdagmiddagborrel. Deze week: de Ford Focus RS van de eerste generatie.
De exotische sportwagens hebben altijd lustopwekkend gewerkt op autoliefhebbers. Het is niet voor niets dat boven menig jongensbed vroeger een poster van de Ferrari F40 prijkte, een rijdende climax van kracht en Italiaanse schoonheid.

Met de jaren komt bij de jeugdige autoliefhebber natuurlijk het inzicht dat niet iedereen Facebook uitvindt, megabonussen int of uit een zeer welgestelde familie komt. Kortom, voor 99,99 procent van de autoliefhebbers blijft het hebben van een F40 of een vergelijkbare legende een droom, waarvan ze diep vanbinnen weten dat het altijd een illusie zal blijven.

 

 

Betekent dit dan dat de liefhebber van het heftige werk zich gedurende z’n automobiele carrière moet verbijten achter het stuur, verblind door jaloezie als er eens in de zoveel tijd een peperdure sportwagen in het blikveld verschijnt? Nee, wat autoland kent z’n eigen working class heroes: de hot hatches, die megaprestaties in het bereik van de mensen met een normaal salaris brengen.

Aan het begin van deze eeuw begon een ware pk-oorlog, waarbij fabrikanten elkaar met steeds meer vermogen om de oren sloegen. De apotheose was de introductie van de Alfa Romeo 147 GTA, die de 250 pk van z’n 3,2-liter V6 losliet op de voorwielen. De auto was zeer rap en had een fantastische soundtrack, maar het pk-geweld was toch wat te veel voor de hulpeloze voorwielen.

Nee, het is de Ford Focus RS die ons misschien wel het meeste bijstaat uit deze periode. Niet om z’n vermogen, want met 215 pk hoorde hij wat dat betreft tot de middenmoot. De bruut uit Keulen wist ons echter te betoveren door z’n brute uiterlijk en fraaie techniek.

Dat uiterlijk was overigens niet ieders smaak: de blauwe lakkleur was zonder meer fraai, maar de blauwe afwerking van het stuurwiel was op z’n zachtst gezegd wat twijfelachtig. De door glimmers en glitters geobsedeerde elite zal z’n neus hiervoor ophalen, maar de liefhebber van de werkende klasse maalt hier niet om. De heerlijke Sparco-kuipstoelen en de speciale pookknop voor de close-ratio bak maakten voor de liefhebber alles goed en zijn de zaken waar het bij het betere hoeken echt om gaat.

De RS van de eerste generatie was veel meer dan een Focus met wat spoilers en extra vermogen. Uit alles blijkt dat de auto gemaakt is door liefhebbers. Volgens Ford is maar liefst 70 procent van de auto anders dan de al zo goed rijdende standaard-Focus van de eerste generatie, de maatstaf in z’n klasse.  Behalve vering en demping werden ook de ophangpunten, de wielgeometrie en de stuurinrichting onder handen genomen. Bovendien werd bij de Focus ook nog eens de spoorbreedte voor en achter vergroot.

En dan was er nog de grote troef van de Focus RS, het speciaal ontwikkelde Quaife-sperdifferentieel. Door dit fraaie stukje techniek kon de super-Focus tot dan toe voor een voorwielaandrijver onmogelijk geachte bochtsnelheden realiseren. Toegegeven, de RS blonk niet uit in veercomfort en op slecht wegdek had de auto het lastig. Maar dat zijn offers die de liefhebber van pure sportiviteit maar wat graag wil brengen.

Elke avond gaat de bezitter van de Ford Focus RS op B-weggetjes als een ware Robin Hood op jacht naar de patser in z’n Ferrari. Eenmaal gespot, ziet de nietsvermoedende sportwagenbezitter tot z’n grote verbazing een felblauwe stip in de buitenspiegel uitgroeien tot de muil van een opgedirkte Focus. Nog maar een tandje erbij dan, en bij een invallende schemering jagen beide auto’s over het bochtige traject. Op de rechtere stukken loopt de Ferrari uit, maar zodra zich een bocht aandient, zit de RS weer op de bumper van de volbloed.

In de Ferrari breekt paniek uit bij een plotseling licht uitbrekende achterkant. Met het zweet in de handen lukt het de bestuurder nog net om de auto weer in het gareel te krijgen. De Robin Hood in de Focus snelt hem voorbij en verdwijnt in het schemerdonker. Terug in het dorp staan de kinderen enthousiast te zwaaien naar de bestuurder, die weer in z’n missie is geslaagd. Eenmaal weer thuis kerft de Ford-bestuurder weer een streepje in de tafel: weer een patser op z’n plek gezet. Leve de hot hatch!

Hier een lange video van de Focus RS in z’n natuurlijke habitat:

 http://www.youtube.com/watch?v=uLLxJZOJn6s

 Bron: autoweek