VriMiBolide: Ford RS200

Vrijdag, tijd voor de vrimibo. Bitterballen erbij, blokjes kaas, drankje in de hand en praten met collega’s over auto’s. Zo ga je nog lekkerder het weekend in. Om jullie daarbij te helpen presenteren we elke vrijdagmiddag de VriMiBolide, de auto die de tongen los moet maken tijdens de vrijdagmiddagborrel. Deze week: de Ford RS200!

Begin jaren 80 ging Ford aan de slag met een nieuwe auto voor Groep B van de rallysport. De Escort MKII had zijn dienstjaren erop zitten. In eerste instantie kwam het merk met de RS1700T, een achterwielaangedreven auto op basis van de Escort MKIII, met een 1,8-liter turbomotor die door Cosworth was ontwikkeld. Tijdens de ontwikkeling van die auto stuitte Ford op verschillende problemen, waardoor de RS1700T uiteindelijk nooit de rallypaden heeft betreden.
Ford ging echter niet bij de pakken neerzitten; er moest en zou een auto komen die de strijd aan kon met, onder andere, de vierwielaangedreven Peugeot 205 T16 en Audi Sport Quattro. Ford stapte af van de achterwielaandrijving; de lessen die het merk had geleerd met de RS1700T werden meegenomen in de ontwikkeling van het compleet nieuwe model.

Het ontwerp Het Italiaanse designbureau Ghia ging aan de slag met het ontwerp voor de auto die uiteindelijk als RS200 door het leven zou gaan. Het bedrijf was in 1970 overgenomen door Ford en had al decennialang koetsen ontworpen voor diverse fabrikanten, maar stond nu voor het eerst aan het kraambed van een rallyauto.
De koets, die beduidend ronder en aerodynamischer oogde dan bijvoorbeeld die van concurrent Audi Sport Quattro, werd opgetrokken uit glasvezel en kunststoffen. De RS200 kreeg een middenmotor en een chassis van Formule 1-ontwerper Tony Southgate. De aandrijving naar de vier wielen geschiedde op een vrij bijzondere manier. Omdat de handgeschakelde vijfbak in verband met de ideale gewichtsverdeling vóór de motor was geplaatst, moest de kracht eerst naar de voorwielen gestuurd worden, om daarna doorgestuurd te worden naar de achterwielen.

450 pk uit een 1,8-liter De krachtbron van de RS200 was de 1,8-liter viercilinder BDT-turbomotor die door Ford en Cosworth samen ontwikkeld was. In de straatversie van de RS200 – oplage 200 – leverde dat blok 250 pk. De rallyversie was uiteraard een stuk pittiger; die kreeg 450 pk. De top lag op 190 km/h en de 100 km/h werd bereikt in 3,5 seconden.

Kortstondige WK Rally-carrière In 1985 zag de RS200 voor het eerst het rallyparcours van dichtbij. In 1986 deed de auto mee aan het Wereldkampioenschap Rally, Groep B. De auto werd toen derde, wat overigens ook gelijk de hoogste positie is die hij ooit op een WK heeft gehaald. De RS200 bleek qua vermogen, in verhouding tot het gewicht van 1.050 kg, toch iets tekort te komen. Aan het weggedrag van de auto lag het niet, dat was prima. Wel werd de RS200 eerste op het Nederlands Kampioenschap in 1986. Andere nationale kampioenschappen, waaronder in Groot-Brittannië, waren ook succesvol voor de Ford.
In 1987 was het uit met de pret; de gehele Groep B werd opgeheven na een ongeluk met een RS200 bij de Rally van Portugal een jaar eerder. Coureur Joaquim Santos raakte de macht over het stuur kwijt bij een uitwijkmanoeuvre en schoot het publiek in. Daarbij vielen tientallen gewonden en verloren drie omstanders zelfs het leven. De ophef die daarover ontstond, betekende het einde van Groep B.
De RS200 E2 Daarmee was het ook voorbij voor de RS200. Weliswaar won de auto nog enige rallycrosskampioenschappen, waaronder het EK Rallycross van 1991, maar het grote WK-optreden zat er niet meer in. Zonde, want Ford had juist voor 1987 een nieuwe versie klaarstaan, de E2. De auto beschikte over een 2,1-liter-doorontwikkeling van de 1,8-liter BDT die al in de RS200 zat. Hiermee werd de RS200 een nog veel serieuzere auto, want het vermogen lag tussen de 550 pk en de nooit officieel bevestigde 800 pk.

Bron: autoweek