Capri RS2600 & Capri RS3100

Een van de eerste RS modellen naast de Escort RS1600 is de Capri RS2600. In tegenstelling tot de Escort is de Capri een Duitse RS in plaats van een engelse RS.

Eind jaren zestig, werden er twee nieuwe modellen geïntroduceerd, namelijk de Escort en de Capri. Deze twee modellen hadden één grote overeenkomst; ze zouden beiden zowel in Groot Brittannië als in Duitsland gebouwd gaan worden. Dit was in het verleden nog nooit voorgekomen. Ford GB en Ford Duitsland waren twee afzonderlijke bedrijven met eigen modellen. In GB had je bijvoorbeeld de Cortina, in Duitsland was er de Taunus. Twee totaal verschillende wagens, beide een Ford en concurrenten van elkaar.

Eind jaren zestig kwam hier (helaas of gelukkig?) verandering in.
De Escort was de eerste Ford die zowel in GB als in West Duitsland gebouwd werd. De tweede Ford was de Capri. Echter, over de motoren konden ze het niet eens worden. De engelse Capri’s werden voorzien van totaal andere motoren dan de Duitse modellen.




Een mooi voorbeeld hiervan zijn de viercilinders: de Engelse modellen waren voorzien van motoren van het Kent type, de Duitse modellen hadden de bekende V4 motoren uit de Ford Taunus onder de motorkap.
Het moge duidelijk zijn dat de Engelse Capri’s een wat sportiever karakter hadden dan de Duitse. Dat blijkt ook wel uit de onderstaande cijfers van twee vergelijkbare modellen:

1600GT (GB)
motortype: 1599cc Kent
vermogen: 82 pk
0-60 mph: 13,5 s
topsnelheid: 100 mph

1700GT (D)
motortype: 1688cc V4
vermogen: 75 pk
0-60 mph: 14.6 s
topsnelheid: 96 mph

Ondanks dat de Duitse 1700GT een grotere cilinderinhoud had, was de Engelse Capri duidelijk sneller.




Het bleek al snel dat zeker de Capri’s, uitgerust met V6 motoren zoals de 2300GT (Dieter Glemser) en de 2600GT (Jean-Francoise Piot) uitermate geschikt waren voor circuitraces. Hiermee werden eind jaren zestig dan ook vele overwinningen mee behaald.
Mede dankzij de successen werd er bij Ford Motorsport in Keulen een start gemaakt met de ontwikkeling van de Capri RS2600. De goedkeuring hiervoor werd afgegeven door Ford AVO in oktober 1969. De eerste 50 exemplaren werden in Keulen gebouwd. Deze exemplaren waren gebouwd voor competitie doeleinden, niet voor op de normale weg. Om het gewicht van de auto beneden de 900 kg te houden werden bijvoorbeeld de deuren, achterklep en de motorklep van kunststof gemaakt. Er zat geen verwarming in, geen tapijt en perspex ramen i.p.v. glas. Er werd zelfs bespaard op de lak om het gewicht zo laag mogelijk te houden. Uiteindelijk was er een wagen die absoluut ongeschikt was om mee op de openbare weg te rijden, het bleek namelijk dat de kwaliteit waarmee de wagens in elkaar waren gezet zo belabberd was dat de wagen niet verkocht mocht worden in Duitsland.




In september 1970 rolde de eerste “echte” productie RS2600 van de productielijn in Keulen, voorzien van een 2673 cc Cologne V6 motor.
De eerste facelift kwam in september 1972. De hele Capri range werd gefacelift. Voor de RS2600 betekende dit dat deze in het vervolg voorzien werd van de bekende 4-spaaks RS velgen, een vlak 3-spaaks stuur, zwarte bumpers en een spoiler aan de voorzijde van de wagen.
Maar misschien wel de belangrijkste wijziging was de verhuizing van de productie van Keulen naar Saarlouis. De RS2600 zou daar t/m 1975 geproduceerd worden.
In het totaal zijn er in vijf jaar 3532 exemplaren gebouwd waarvan de meeste in 1972. In dat jaar werden er 1360 gemaakt. In het laatste productiejaar, 1975, werd er nog slechts 1 geproduceerd. De meeste zijn verkocht in Duitsland, een paar honderd zijn er naar Frankrijk gegaan en een tiental naar Oostenrijk. In Groot-Brittannië was de RS2600, ondanks dat de ontwikkeling voor een groot deel in handen was van AVO, niet te koop. Er werd wel op de Britse circuits gereden, Gerry Birell behaalde in 1971 éénmaal een 2e en een 4e plaats tijdens de Britse Tourwagen kampioenschappen

RS3100

Zo rond de tweede helft van 1973 moest er een vervanger komen voor de RS2600. In september ontving AVO de goedkeuring om de tweede Capri RS te bouwen. Deze nieuwe Capri, de RS3100, zou niet gebouwd worden in de fabriek van Ford AVO, maar in de Halewood fabriek, de plek waar alle Engelse Capri’s gebouwd werden. Omdat de ontwikkeling van deze Capri in zijn geheel bij AVO plaatsvond, is dit de enige niet-Escort RS, die wel tot de reeks van AVO modellen behoort. Hij wordt dan ook toegelaten bij de Ford AVO Club Groot Brittannië.

Gedurende de periode van november 1973 t/m februari 1974 zijn er in het totaal 250 exemplaren gebouwd. Veel van de gebruikte onderdelen waren rechtstreeks afkomstig van de RS2600 zoals remmen, ophanging, velgen en de voorspoiler.

Het grote verschil zat ‘m natuurlijk in de motor. De RS2600 was voorzien van een Duits motorblok, Cologne V6, de RS3100 werd, omdat deze geheel in Engeland werd gebouwd, uiteraard voorzien van een Engels motorblok, een aangepaste versie van de Essex V6. Dit motorblok werd al eerder gebruikt in o.a. de Capri 3000GT, het model waar de RS3100 op gebaseerd was.

Aan de buitenkant was de RS3100 vooral herkenbaar aan de enorme, bijna rechtop geplaatste spoiler. Deze bleek noodzakelijk om de stabiliteit te verbeteren bij hoge snelheden.




De RS3100 is slechts 4 maanden in productie gebleven. Deze korte productieperiode had verschillende oorzaken. Net zoals bij de Escort RS2000, kwam de RS3100 op een verkeerd moment. Tijdens de oliecrisis van 1973 zat niemand te wachten op een dergelijke wagen. Daarbij kam dat hij enorm duur was in vergelijking met andere auto’s uit die tijd en dus erg moeilijk te verkopen was. En als laatste, de nieuwe Capri Mk2 zou spoedig op de markt gebracht worden. Om alle 250 wagens te kunnen verkopen, werden er zelfs 50 exemplaren naar Australië geëxporteerd in de periode juni/juli 1974. Deze wagens bestaan nog altijd en bevinden zich voornamelijk in privé-collecties.

Ondertussen werd er ook hard gewerkt om de RS3100 te prepareren voor het circuit. Hiervoor werd er samengewerkt tussen Cosworth en Ford Motorsport Duitsland. Deze samenwerking resulteerde in een RS3100 met een Cosworth V6 met een cilinderinhoud van 3412 cc. Het maximale vermogen lag ergens tussen 400-440 pk!
Cosworth kreeg de opdracht om 100 motoren met deze specificaties te bouwen, zodat de RS3100 voldeed aan de Group 2 specificaties. Echter, de oliecrisis gooide wederom roet in het eten. Slechts enkele werden gebruikt voor op het circuit.
Het grootste succes wat behaald werd met de RS3100 was het moment dat Jochem Mass in juni 1975 de BMW van Hans Stuck versloeg tijdens de Duitse Touringcar Kampioenschappen.




Gelukkig betekende het einde van Ford AVO niet het einde van de productie van mooie, snelle Fords maar wel het einde van de Engelse RS-en zoals de Escort RS1600/Mexico/RS2000 en de Capri RS3100.

In 1980 werd Ford SVE (Special Vehicle Engineering) opgericht die o.a. verantwoordelijk waren voor de meeste XR en RS modellen. Het eerste project van SVE was de Capri 2.8i, een zeer succesvol project wat in eerste instantie gepland was voor Ford AVO.

Met dank aan Edwin Beukers







































RS2600 RS3100
Motor Cologne V6 Essex V6
Cilinderinhoud 2673 cc 3091 cc
Vermogen 150 pk @ 5800 rpm 148 pk @ 5000 rpm
Topsnelheid 199.5 km/h 201 km/h
Acceleratie (0-100 km/h) 8.6 sec 7.0 sec
Productieperiode mei 1970-dec 1973 nov 1973-feb 1974
Productieaantal 3532 250