Ford Focus 2.5 20V Turbo ST (2009)

Sinds 2005 heeft Ford de Focus ST in het leveringsprogramma. Die auto is bedoeld om het Focus-gamma een sportiever imago te bezorgen. Met een dikke 2,5-liter vijfcilinder en aantrekkelijke rijeigenschappen lijkt dat uitstekend te lukken.
De ST is een echte wolf in schaapskleren. Natuurlijk zijn er dikke bumpers en een verlagingsset. En de ST heeft de grotere 18-inchwielen en verdikte dorpels die de auto optisch dichter tegen het asfalt aan trekken. Een taartschep boven de achterruit ontbreekt evenmin. Om hem toch wat extra oorlogskleuren te geven, heeft Ford de snelle Focus voorzien van ST-logo’s in een nep-koelopening op de voorspatborden. Het ziet er wat goedkoop uit. Het interieur weet het oog veel beter te verleiden. Het met rood leer overtrokken meubilair is van Recaro. Dat betekent niet dat we ons in nauwsluitende kuipstoeltjes hoeven te wurmen; de stoelen zijn breed genoeg om je te laten ademhalen, maar verlenen toch meer dan voldoende zijdelingse steun dankzij hun opstaande wangen. Prima. Helaas zit je akelig hoog achter het stuur. Constant heb je de neiging om naar de hendel voor de stoelhoogteverstelling te grijpen om het zitvlak dichter bij het asfalt te brengen. Zelfs in de laagste stand heb je echter het gevoel nadrukkelijk op de bok te zitten. Niets sportief lage zit dus
Levendig karakter
Wanneer je hem ertoe aanzet, wil de neus van de ST de buitenkant van de bocht nadrukkelijk opzoeken. Ga van het gas en de neus richt zich weer keurig naar binnen. Maar opgepast, de achterkant wil best een stap opzij zetten als je plotseling van het gas gaat in een bocht.
De relatief soepele achterwielophanging is verantwoordelijk voor het staartlastige gedrag van de Ford. De Focus is in de dagelijkse praktijk heus geen listige auto – bij rustig toeren is hij zelfs comfortabel en stil – maar op de grenzen van z’n kunnen komt hij veel meer tot leven en laat hij zich veel beter met het gaspedaal sturen. Het lekker dikke stuurwiel heeft precies het goede formaat en verleent veel communicatie over wat er onder de voorwielen gebeurt. Je kunt de Focus heel precies daar zetten waar je hem hebben wilt. Elke stuurbeweging wordt zonder enige vertraging omgezet in een wijziging van de koers.
Onder de kap van de testauto huist de 2,5-liter vijfcilinder turbomotor die ook dienstdoet in de Volvo’s S40, V50 en C30. In de Focus ST levert de vijfcilinder een imposante 225 pk. Ook op auditief gebied is het een heerlijke motor. De vijfpitter snerpt er bij iedere klim in toeren op los. Het opzwepende geluid vanuit het vooronder spoort je aan na elke gangwissel opnieuw fors op het gaspedaal te gaan staan. Ga vervolgens abrupt van het gas en de Focus ST trakteert je op enkele lekkere ploffen uit het uitlaatsysteem.
De sprint van 0 tot 100 km/h raffelt de Focus af in slechts 7,2 seconden. Dan moet de tractioncontrol wel bijspringen, want anders heeft de ST moeite om de voorwielen aan het asfalt te houden. In topmodellen als deze verwacht je een standaarduitrusting aan te treffen die niets te wensen overlaat. De Focus ST heeft dan ook alle lekkernijen aan boord die je zou verwachten: een puike audio-installatie, een airco, automatische verlichting, een regensensor, 18-inchwielen extra metertjes en Recaro-sportstoelen. De lijst met opties vermeldt naast luxere audiosystemen ook met leer overtrokken zitmeubilair, automatische airco en xenonverlichting.

Bron: autoweek