Rij-impressies | Ford Focus RS500

Ford sluit de huidige generatie Focus RS in stijl af: dit is de Focus RS500. Hij is met een prijskaartje van bijna 62.000 euro wel erg duur voor een hatchback, maar de RS gaat nu wel definitief op de markt als beste hot hatch die er te koop is. Want allemachtig: wat is die RS500 een goed apparaat…
Veel overkomsten met de originele T-Ford zijn er niet, maar de kleur van de RS500 zou de oude Henry Ford veel goed hebben gedaan. ‘Klanten kunnen hun auto in elke kleur krijgen die ze willen, zolang het maar zwart is’, sprak hij ooit over z’n legendarische auto. Voor de RS500 liggen de zaken niet anders. De auto wordt eerst zwart gespoten, waarna 3M hem volledig beplakt met matzwarte folie. Nou ja, bijna helemaal. De achterspoiler en spiegels verraden dat er sprake is van folie. Het staat de RS geweldig en de zwarte lichtmetalen wielen maken de auto helemaal af.

Zoals de naam verraadt, worden er slechts 500 stuks van deze extreme RS geproduceerd. Als je interesse hebt gekregen na het lezen van dit artikel, dan heb je pech. Nederland kreeg tien exemplaren toegewezen en die zijn allang verkocht. Dit ondanks de forse prijs van 61.600 euro. De auto is dan wel behoorlijk compleet. De enige leverbare opties zijn rode leren bekleding voor 200 euro en het multimediasysteem plus navi voor 2.300 euro. Binnenin vind je het typeplaatje waarop de RS500 genummerd is, (wij hadden nummer 09) en rood stiksel op de leren bekleding van ’t stuur en de deurpanelen. Net als in de gewone RS is de zit echt te hoog, de stoel is bovendien alleen in lengte verstelbaar. De drie klokjes boven de middenconsole geven turbodruk, oliedruk en olietemperatuur aan en geven de auto wat rally-achtigs.

Volvo-schappen
De motor is de bekende vijfcilinder lijnmotor met turbo uit de Volvo-schappen, die al eerder in de ST en de RS bewees prima raad te weten met een sportieve Focus. Het blok heeft nu 45 pk meer dan de standaard RS, maar dit is meer dan een simpele software-upgrade. Ford heeft een grotere intercooler, een ander uitlaatsysteem, een verbeterde brandstofpomp en een ander luchtfilter geïnstalleerd, waarna de turbodruk is opgevoerd. Aangezien motortuners met de standaard RS al goed raad wisten, biedt deze hardware vast genoeg mogelijkheden nog verder te gaan dan de al niet onaardige 350 pk die de RS500 nu heeft.Het blok klinkt als vanouds brutaal en gedraagt zich ook zo. Als je op zoek bent naar een nette vermogensopbouw dan moet je toch echt elders gaan shoppen. De vijfcilinder trekt al mooi bij zeer lage toeren, maar pas zo rond de 2.500 tpm begint de turbo zich extreem hoorbaar aan te zwengelen om vervolgens zo rond de 3.500 tpm zijn volledige boost te geven. In dit middengebied is de Focus echt bloedsnel en hier komt de roffel van de vijfcilinder ook pas volledig tot zijn recht. Wel komt hij wat lastig van z’n plek, wat zijn relatief langzame sprint van 5,6 seconden naar de 100 km/h verklaart. Óf de turbo blaast nog niet mee, óf je staat met doorslaande voorwielen te wachten tot ze eindelijk grip gevonden hebben. Niet voor niets is het pas bij hoge snelheid dat de Focus ’n Subaru WRX STi weet te verschalken (zie kader). Maar als je eenmaal rijdt, speelt dat probleem veel minder. Want denk niet dat de RS500alleen snel is in rechte lijn. ’t Bochtenwerk is zowaar nog spectaculairder. Het onderstel is verre van plankhard, waardoor de auto je in eerste instantie verbaast. De technici hebben duidelijk voor eenbijzondere setting gekozen.


Rally-auto
Waar een Mégane RS duidelijk de genen van een cup-racer heeft, heeft de Focus RS veel meer weg van een rally-auto. Zijn grootste kracht is ’t wegblijven van onderstuur bij het ingaan van de bocht. Zeker op het circuit loop je met hot hatches toch altijd weer tegen onderstuur aan en ben je bij het insturen in ’n bocht steeds aan het zoeken naar voldoende grip om vervolgens behoedzaam de bocht uit te accelereren. Maar de Focus duikt (tenzij je gaat forceren) gewoon keer op keer hard naar binnen. Als je snelheid te hoog is, gaat alleen de achterkant – die voor een auto van dit kaliber zacht geveerd is – glijden. Eerst tilt het binnenste achterwiel zich even op en vervolgens duikt de kont opzij. De auto doet daardoor erg denken aan de waanzinnige Clio RS (en de extreme Mégane R26R) die vergelijkbaar hardcore gedrag tentoonspreidt. Heel licht tegensturen en gasgeven is genoeg om de kont in het gareel te houden en een goede lijn te kiezen. In een krappe bocht kun je de Focus desgewenst ook flink overstuurd krijgen om snel de neus de goede kantop te krijgen. Da’s veel leuker dan simpel onderstuur, waarbij snelheid minderen de enige oplossing isBij het uitaccelereren moet je niet vol op het gas gaan, dat is net even te veel van het goede voor de voorwielen. Maar de hoeveelheid grip die je hebt, geholpen door een mechanisch sper, is onvoorstelbaar voor een auto met zoveel kracht op de voorwielen. Je dendert werkelijk elke bocht uit en dat moet het rechte stuk waar je die 350 pk kunt benutten nog komen! In die lange doordraaiers op snelheid voel je dat elke millimeter die je lift ’n duikende neus en een schuivende kont tot gevolg heeft. De auto reageert haarscherp, de RS laat zelfs met ESP aan behoorlijk veel bewegingen toe, zodat dit systeem uitzetten niet nodig is. Nou ja, wel vanwege de tractiecontrole, want die grijpt nog wel ’ns in als je dat niet wilt. De RS500 is voor hot hatch-begrippen een erg listige auto vanwege die losse kont. Onervaren mensen die te hard een bocht induiken en van schrik ’t gas loslaten, kunnen zichzelf achterstevoren in de berm terugvinden. Maar als je weet wat je doet, is de RS500 verbluffend. Hij neemt duidelijk afstand van auto’s als de Scirocco R en Golf R, en laat ook die (30 mille goedkopere, dat wel) zalige Mégane RS achter zich als ’t gaat om heftigheid en rijplezier. Dit is een auto van een compleet ander kaliber, die juist door zijn listigheid onvoorstelbaar veel genoegdoening geeft. Alles klopt. ’t Motorgeluid dat samensmelt met turbogehuil, geblaas van de wastegate en geknal van de uitlaat als je van het gas gaat. Bij aanremmen voel je de kont weer licht worden, terwijl je door de goede positie van de pedalen uitstekend tussengas kunt geven terwijl je terugschakelt. Bij een krappe bocht gooi je de auto naar binnen zodat je voelt dat de kont gaat schuiven. Tegensturen en gas bij zodat je dansend op de grens van de grip van alle vier de wielen de bocht uit knalt, Whrrrroaap, schakelen … bwaham, zegt de uitlaat, ksssssss zegt de wastegate en hop weer gas erop: whrrrrrooaaaaaaaááááp.

Applaus
O, o, o wat ’n verrukkelijk apparaat is dit. De manier waarop Ford het gigantische snelheidspotentieel combineert met een onderstel dat al dat vermogen ook nog eens (op een spannende manier) in goede banen leidt, is iets waar we echt een groot applaus voor geven. Wat het allemaal nog indrukwekkender maakt, is de manier waarop de auto dagelijks te gebruiken is. Zoals gemeld is het onderstel niet overdreven hard, en bovendien zijn de achterbank en de kofferbakruimte mooi ruim en goed te gebruiken. Het enige nadeel van ’n lange vakantie is je brandstofverbruik, want de RS zuipt als een tempelier.We hebben de auto in de korte tijd dat we ’m hadden flink aangepakt, dat wel, maar ’n verbruik van 1 op 6,9 is wel erg extreem. Zeker omdat de Focus geen overdreven grote tank heeft, sta je om de haverklap bij de pomp. Onze grootste klacht is echter dat Ford maar vijfhonderd stuks van deze auto heeft gebouwd, want de kans dat we er snel weer eentje te gast hebben, is daardoor niet groot. En dat is zeer, maar dan ook zeer betreurenswaardig.

bron: autoweek

Wetenswaardigheid: Dit is dezelfde PR auto die ten tijde van Jaarmeeting 2010 Lelystad al te bewonderen was voor het publiek in Nederland.  Wij hadden hiermee tevens het genoegen de eerste te zijn voor het publiek