Het concept op z’n kop

De Ford Fusion is zonder twijfel één van de saaist vormgegeven auto’s van het moment. Dat juk gooit Ford in één ruk overboord met de spectaculaire Iosis Max Concept Car, die bovendien is uitgerust met verschillende fraaie snufjes. Wij kruipen als enige van Nederland achter het stuur voor een exclusieve proefrit.

nieuwe Ford Fusion concept

nieuwe Ford Fusion concept

Niets ten nadele van die Fusion hoor, het is een goede auto die prima doet waarvoor-ie gemaakt is. Hij is ruim, handig ingedeeld en biedt een prettige hoge instap, maar dat trekt ook meteen een bepaald publiek. De Fusion is een typische twinny-loadmagneet; een auto voor mensen die er graag met twee fietsen op uit trekken om vervolgens de geneugten van het leven te ervaren bij het plaatselijke pannenkoekenrestaurant. Ook daarmee is in principe niets mis, maar het is vast niet het jeugdige, flitsende imago dat Ford voor z’n producten in gedachten had.
Daar moet het scherp vormgegeven autootje dat nu voor ons staat, subiet verandering in brengen. We staan met onze neus voor de Ford Iosis Max concept car, een studiemodel dat Ford op de laatste autoshow van Genève aan het grote publiek toonde. De auto geeft al subtiele hints naar een productieversie van een compacte MPV die binnenkort op de weg verschijnt. Of dat een Fusion-opvolger is, is nog onduidelijk want qua formaat zit de Iosis Max dicht bij de huidige C-Max. De woordvoerder van Ford hulde zich professioneel in stilzwijgen, maar geloof ons: qua uiterlijk zit de Iosis heus dicht bij de toekomst.
 
Anders benaderen
De Iosis Max werd net heel beheerst voor onze voeten neergezet, waarna een man breed glimlachend uitstapt. Hij stelt zich voor als Patrick Verhee, de afgelopen maanden was hij als chef verantwoordelijk voor het Iosis Max-project. De van oorsprong Franse Verhee is duidelijk trots op zijn creatie, en begint meteen te vertellen over de vele details aan de auto. De ‘Chief Development’ loopt rond met drie (!) kleine afstandsbedieningen, waarmee hij de auto kan bedienen. “We zijn bij de Iosis Max op een heel nieuwe manier aan gaan kijken tegen het concept van de auto zoals we dat al jaren kennen. Het is en blijft een showcar hè.”
Terwijl Verhee op twee knopjes drukt, opent de Iosis zacht zoemend z’n voordeuren. Deze openen op een conventionele manier, wat niet gezegd kan worden van de achterportieren. Die scharnieren namelijk als één geheel naar buiten, om vervolgens tegen het achterscherm aan te glijden. Volgens Verhee is dit handig in krappe parkeerplaatsen: “Hiermee zetten we het concept op z’n kop: waarom zou je een deur ver open zwaaien, als je ‘m ook dicht bij de auto kunt houden?” Nu heb je niet meer dan 42 centimeter nodig, en dat is flink minder dan bij een ‘normaal’ portier. “En toch houd je, mede door het ontbreken van een B-stijl, een riante instap”, concludeert Verhee tevreden.
Vervolgens loopt de gedreven ontwikkelingschef door naar de achterkant van de auto. “Alles draait bij om ruimtebesparing”, verklaart hij. “Daarom hebben we een nieuw soort achterklep ontwikkeld die veel minder ruimte inneemt.” Opnieuw drukt Verhee een combinatie van knopjes in, waarna het bovendeel van de achterklep subtiel boven het dak scharniert. Nogmaals twee knopjes. De Iosis laat een luid gezoem horen waarna het onderste klepdeel soepeltjes boven het reeds geopende deel zoeft en een compact pakketje achterklepdelen zich boven de auto verzamelt. Verhee, die onder meer meewerkte aan de Saab Aero X, glundert: “Nu steekt de klep niet meer dan vijftig centimeter boven de auto uit, een grote winst ten opzichte van systemen die we nu kennen.” Leuk allemaal, maar wanneer zien we dit op de parkeerplaats bij de plaatselijke Aldi? “Geen idee. De techniek moet nog steviger en compacter worden, maar als het aan mij ligt komt een vergelijkbaar systeem binnen vijf jaar op onze productieauto’s.”
 
Turbo-thump
In de motorkap is ook nog een leuk klapmechanisme verstopt, maar belangrijker is wat Ford onder de kap heeft verstopt. De Iosis Max is namelijk voorzien van de nieuwe Ecoboost-motor die we begin 2010 in productieauto’s zullen zien. Het blok in de Iosis meet 1,6 liter en levert 180 pk, met dank aan een turbo en directe inspuiting. Volgens Ford een revolutie, maar dit principe hebben we natuurlijk al lang gezien bij merken als Volkswagen, Renault en Fiat. Volgens Andrew Fraser, motorenontwikkelaar bij het Dunton ontwikkelingscentrum, hoeft Ford niet zozeer een pionier te zijn op technisch gebied. “Andere merken brachten deze techniek inderdaad eerder, maar wij hebben – ook hier – het concept verbeterd. De Ecoboost zal een ongekend soepele rijbeleving bieden. De typische ‘turbo-thump’ – een plotseling inspringende turbo – die andere motoren hebben, was uit den bozen dus hebben we het samenspel van de in- en uitlaatkleppen verbeterd. Hierdoor is-ie zuiniger en veel soepeler.”
Dat willen we wel eens voelen dan! Zo beheerst mogelijk stap ik naast Patrick Verhee achter het stuur. De zwevende stoelen (“Die gaan het niet halen…”) zitten keihard en de verschillende dashboarddelen vertonen behoorlijk wat speling, maar het ziet er schitterend uit. Ik druk op het knopje ‘D’ op de middentunnel en de Iosis komt opvallend kreukloos in beweging. De Ecoboost in de Iosis Max is gekoppeld aan de Powershift-automaat met dubbele koppeling, en die aandrijflijn voelt al behoorlijk solide aan. Vanuit stilstand reageert-ie vlot en de kleinste bewegingen van het gaspedaal resulteren in soepele sprintjes voorwaarts. De turbo assisteert – inderdaad – welhaast onmerkbaar; de motor presteert geleidelijk en evenwichtig. Op de kombaan van Dunton schudt en trilt de Iosis heftig, maar voor een auto die met ducttape en tie-wraps aan elkaar hangt, voelt de Iosis Max – en dan met name de aandrijflijn – al opvallend productieklaar.
‘Zelfs stilstaand is-ie snel’
Design is een belangrijk thema voor Ford, vertelt Tony Peat, de ontwerper van de Iosis Max. “Ons Kinetic Design moet uitstralen dat Fords heerlijk zijn om mee te rijden, en bij de Iosis Max is dat erg goed gelukt vind ik zelf. Hij ziet er zelfs stilstaand snel uit.” Peat wilde een auto met de wielen op de hoeken die duidelijk aanwezig is op de weg, maar hij richtte z’n aandacht ook op de aerodynamica. Dat resulteerde in een spectaculaire achterkant. “De C-stijl heeft een geïntegreerde luchttunnel, die zorgt er samen met de schitterende achterspoiler voor dat er nauwelijks wervelingen zijn achter de auto. Dat komt de luchtweerstand ten goede, en daarmee het verbruik. Dit is dus nuttig design, maar voor mij telt vooral dat het er fantastisch uit ziet.”

bron: autoweek

Category: Nieuws Tags: , , , ,

Comments are closed.